Mooi zijn ze, de exclusieve GDFestival Speelkaarten? Maar wat kun je er precies mee?
We hebben een aantal spellen opgesomd die je alleen of in gezelschap kunt spelen.

Veel plezier 🥳

 

1 persoon:

Patience

Het kaartspel patience is eenvoudig om te spelen. De eerste en belangrijkste spelregel: je speelt het alleen.

Op deze pagina wordt de “ouderwetse” en meest gespeelde versie van het kaartspel patience beschreven, dus enkel met behulp van een stok kaarten en twee handen.

Voorbereiding op kaartspel patience

  1. Je schudt een stok kaarten. Alle kaarten in de stok doen met het spel mee, behalve de jokers.
    2. Het spel klaarleggen: er moeten horizontaal 7 rijen kaarten op tafel komen te liggen. Leg eerst 7 kaarten (achterkant naar boven gericht) op de tafel neer. Leg daarna op de kaarten 2 t/m rij 7 nog een kaart. Vervolgens leg je op rij 3 t/m rij 7 nog een kaart, daarna op rij 4 t/m 7 een extra kaart, enzovoort. Iedere opeenvolgende rij heeft een kaart meer dan die daarvoor; rij 1 heeft zo 1 kaart, rij 2 heeft 2 kaarten, rij 3 heeft 3 kaarten, enzovoort. Rij 7 heeft dus 7 kaarten liggen.
    3. Leg de bovenste kaart van iedere rij open.
    4. De resterende kaarten zijn ‘draaikaarten’ of ‘the stock’.
    5. Houdt boven de 7 rijen op de tafel ruimte over voor de vier azenstapels, voor elke kleur een.

(Plaatje van spel neergelegd)

Doel van het kaartspel patience

Het doel van het spel is om alle kaarten, dus de zeven rijen en de ‘stock’ te verplaatsen naar azenstapels. Iedere azenstapel moet één kleur worden, dus een stapel harten, schoppen, klaveren en ruiten. De volgorde van deze azenstapels moet oplopend zijn (te beginnen vanaf de aas), dus: aas, nummers 2 t/m 10, boer, vrouw en bovenop de heer.

Spelregels kaartspel patience

Hoe krijg je de kaarten van de stock en de zeven rijen op de azenstapel? Simpelweg door de kaarten te verplaatsen. Je mag steeds een kaart tegelijk verplaatsen.

Rijen kaarten

Om bij de gesloten kaarten in de rijen te komen, moet de bovenste kaart kunnen verplaatsen. Je mag een kaart naar een andere rij verplaatsen wanner de bovenste kaart een tegenovergestelde kleur heeft (zwart en wit) en deze in waarde een minder is.

Let op: een aas is in dit spel de laagste kaart. Op een aas mag dus geen koning worden gelegd.

Voorbeelden: een rode boer mag je plaatsen onder een zwarte vrouw. Een zwarte 3 mag je onder een rode 4 leggen. Een zwarte 9 kan niet aan een zwarte 10 worden gelegd, en een zwarte 5 mag niet onder een (zwarte of rode) 7 worden gelegd.

Als je een kaart uit de rij verplaatst, en daardoor een gesloten kaart bovenop komt te liggen mag je deze omdraaien. Zo krijg je steeds meer speelkaarten. Wanneer je een aas tegenkomt mag je deze verplaatsen naar de azenstapel. Daarna kun je op de aas een 2 leggen in dezelfde kleur (dus: aas is harten, 2 is harten), vervolgens een 3, 4, enzovoort.

Als je dankzij enkel verplaatsingen een rij opeenvolgende kaarten open hebt liggen (bijvoorbeeld rode boer, zwarte 10, rode 9 en als laatste een zwarte 8) mag je deze hele rij oppakken en op een zwarte vrouw leggen als dat mogelijk is. Je mag dus alle opeenvolgende kaarten verplaatsen maar dat hoeft niet. Ligt er bijvoorbeeld ook een rode 9 open dan mag je ook alleen de zwarte 8 verplaatsen.

Stock

We hebben nog een stock kaarten in het spel over, dit wordt de stock genoemd. Als je geen kant meer uit kunt, mag je steeds (per drie tegelijk) nieuwe kaarten omdraaien. Deze kun je gebruiken in het spel. Als de stapel ‘op’ is, mag je deze weer omdraaien, en opnieuw per drie tegelijk omdraaien.

Einde van het kaartspel patience

Het spel eindigt als alle kaarten op de azen liggen. Het spel moet worden beëindigd als men geen nieuwe kaarten meer op de azen kan leggen.

2-4 personen:

Zenuwen

Introductie

Zenuwen is een kaartspel dat door twee, drie of vier personen gespeeld kan worden. Meestal wordt het spel met maar één hand gespeeld. Dit maakt het extra moeilijk.
De speler die het eerst alle kaarten kwijtraakt heeft gewonnen. Bij dit spel worden alle kaarten verdeeld over de spelers. Als er een kaart overblijft wordt deze ofwel opzijgelegd of aan de winnaar van de vorige ronde gegeven. Bij het spelen met drie of meer spelers wordt aangeraden met twee pakken kaarten te spelen.

De uitleg

Elke speler moet de kaarten die hij of zij heeft gekregen in 5 patience-stapels leggen: de eerste stapel bestaat uit slechts één kaart, de tweede uit twee, enzovoort. De bovenste kaart mag omgedraaid worden, en als er twee kaarten dezelfde waarde (bijvoorbeeld zes) hebben, mag men een van de twee op de andere leggen, zodat men de weer de bovenste kaart mag omdraaien op de stapel van de verplaatste kaart. Als er zo een stapel volledig opraakt, mag je daar de zichtbare kaarten van een andere stapel leggen.

De kaarten die overblijven worden rechts in het midden tussen de spelers in geplaatst. Wanneer beide spelers klaar zijn, draaien ze gelijktijdig de bovenste kaart van hun stapel (met de afbeelding wegdraaiend naar de tegenstander) om en leggen deze tussen de stapels in. Hierop kunnen ze hun eigen speelkaarten neerleggen. Op elke kaart kan een kaart, waarvan de waarde grenst aan de kaart die er ligt, gelegd worden. Ligt er bijvoorbeeld een acht, dan mag daar een zeven of een negen op gelegd worden, de kleur doet er niet toe. Op een heer mag een aas en een dame, op een aas een heer en een twee. Hierbij gelden geen beurten, spelers kunnen in hun eigen tempo, op elk moment op elke stapel spelen.

Beide spelers spelen totdat ze beiden niet meer willen of kunnen spelen (Het kan dat een speler nog wel kan spelen, maar niet wil. Dan hoeft het niet. Men kan dan wachten totdat alle andere kaarten afgelegd zijn, om dan pas te spelen.)

Wanneer de stapel kaarten van een van beide spelers op is, zijn er twee mogelijkheden: ofwel draait men een kaart van de stapel van zijn tegenstander om, ofwel draait men gewoon geen kaart om.

Wanneer men maar drie kaarten overheeft bij zijn stapels, mag men deze in de hand nemen, zodat deze niet zichtbaar zijn voor de tegenstander(s). Let wel op dat als men speelt met één hand, men steeds met de hand waarmee men de kaart van zijn stapel omdraait, moet afleggen!

Einde van het spel

Als een van de spelers al zijn kaarten kwijt is, zijn er wederom drie varianten. In de ene variant mogen beide spelers tot drie tellen en zo snel mogelijk afkloppen op een van de twee stapels in het midden (waarop gespeeld werd) en dan krijgt diegene die eerst was de stapel naar keuze. In sommige varianten mag de winnaar zelf kiezen welke stapel hij wil. Meerdere keren kloppen mag (al dan niet na tellen van de stapels, want men wil natuurlijk de stapel met het minste kaarten).

Na het spel wordt dus een van de stapels in het midden genomen, en de kaarten die een speler eventueel nog moest zien kwijt te raken. Deze worden dan bij de eigen stapel gevoegd. Daarmee wordt het spel opnieuw gespeeld. De winnaar is degene die na het uitleggen van de kaarten in patiencestapels, geen extra kaarten meer overheeft, en dan nog eens het spel dat dan wordt gespeeld wint. Dan kiest men dus een niet-bestaande (en dus lege) stapel kaarten, waardoor alle kaarten kwijt zijn en de speler wint.

Er kan ook worden gekozen om te spelen tot een speler 5 kaarten of minder heeft. (Hij kan direct alle kaarten open leggen).

 

2-8 personen: 31-en

Introductie

Eenendertigen is een kaartspel waarbij het de bedoeling is om een zo hoog mogelijke waarde te creëren met slechts drie kaarten. De spelregels liggen niet 100% vast, en kunnen verschillen per stad, streek en familie.

Begin van het spel

Bij 31-en wordt er alleen gebruik gemaakt van de piketkaarten (vanaf 7 tot en met de aas). Aan het begin van het spel worden de kaarten geschud en krijgt iedere speler 3 kaarten. Ook worden er drie kaarten open in het midden van de tafel gelegd, dit is de pot.

Variant 1:
De speler die na de deler aan de beurt is mag zijn drie kaarten omwisselen met de pot.
Variant 2:
In de andere variant worden de drie kaarten in het midden gesloten neergelegd. De eerste speler mag er voor kiezen om deze gesloten kaarten te wisselen voor zijn eigen drie kaarten. Hierna worden de middelste kaarten open gelegd.

De spelbeurt

Iedere beurt mag een speler een kaart met de gesloten pot omwisselen of een open kaart wisselen om zo een hogere waarde te krijgen. Denk je dat je de hoogste waarde hebt? (Zie puntentelling) dan zeg je pas. Alle andere spelers mogen dan nog één keer spelen. Heb je precies 31 punten, dan zeg je verbied. Heeft een speler drie azen, dan stopt het spel direct. Alle spelers leggen hun kaarten dan open neer en worden vergeleken, de speler met de drie azen (33 punten) wint dan.

Ligt er 7, 8, 9 open in de pot? Dan heb je een zogenoemde vuile was, en komen er drie nieuwe kaarten in het midden.

Puntentelling

Kaart Punten
Aas 11
Plaatje 10
7,8,9 en 10 Getal op kaart
3 dezelfde 30,5
Rijtje (bijv: 8,9,10) 31

Einde van het spel

Bij dit spel is het het handigst dat er wordt gekozen om een vast aantal potjes te spelen. Degene die het meest heeft gewonnen is de winnaar.

 

3-8 personen: Bussen

Eerste ronde (delen)

Een van de spelers is de dealer, hij vraagt elke speler om de kaart die ze krijgen te voorspellen:
Kaart 1: rood of zwart?
Kaart 2: hoger of lager dan de vorige kaart?
Kaart 3: tussen of buiten de vorige twee kaarten?
Kaart 4: welke kleur? (♠,♥,♦,♣)
Bij een verkeerde voorspelling moet de speler zelf een slok drinken en bij een juiste voorspelling mag de speler een slok uitdelen. Een slimme speler onthoudt op dit moment alle kaarten die op tafel liggen, zeer zeker zijn of haar eigen kaarten.

Tweede ronde (piramide)

De gedeelde kaarten worden blind voor de spelers op tafel gelegd en er wordt een piramide van de overige kaarten gelegd. De piramide bestaat uit 5 niveaus van kaarten. De dealer begint onderaan de piramide met het omdraaien van deze kaarten. Als iemand de kaart die omgedraaid is tussen zijn of haar gedeelde vier kaarten heeft mag deze blind erop gelegd worden en mag de speler iemand aanwijzen die 1 slok moet drinken. De aangewezen speler kan de kaart vertrouwen of de kaart openen om te kijken of de ander bluft. Wanneer de speler de waarheid sprak moet de ander dubbel drinken, wanneer echter de speler blufte moet hij/zij de kaart terugnemen en open laten liggen, daarbij moet hij/zij zelf dubbel drinken. Dit gaat door tot alle kaarten omgedraaid zijn. Bij de tweede rij kaarten is elke kaart 2 slokken waard, bij rij drie 3 slokken etc.

Derde ronde (bus)

De derde ronde is de “bus”. De speler met de meeste kaarten over na ronde twee gaat de bus in. Alle kaarten worden geschud en er wordt een ‘bus’ gelegd, er zijn verschillende vormen van een bus, maar het komt er op neer dat de speler alle kaarten moet doorspelen om uit de bus te geraken. Bij elke kaart die de speler verder komt in de bus moet er een slok meer gedronken worden.

Simpele bus

Een simpele bus bestaat uit 7 kaarten, 4 open en 3 gesloten. De speler in de bus moet voor elke kaart (beginnend aan de open zijde) raden of de kaart gedeeld door de dealer hoger of lager is. Bij de gesloten kaarten is het puur giswerk en geluk. De kaarten die door de dealer bovenop gelegd worden gelden als nieuwe bus. Wanneer de speler immers een fout maakt moet hij/zij drinken en opnieuw beginnen.

Ruiten bus

De kaarten worden gesloten in een ruit gelegd. De speler in de bus mag kiezen aan welke kant begonnen wordt met openen. Het is de bedoeling om een weg te creëren van de ene naar de andere kant, de speler mag dus enkel een kaart kiezen die aansluit aan de vorige. Als de speler een plaatje (boer t/m aas) tegenkomt moet hij/zij drinken. Op alle open kaarten wordt een nieuwe gesloten kaart gelegd en hij/zij begint opnieuw.